Visie

Maximaal profiteren van de zeer goede bereikbaarheid van het Zuidstation, waarschijnlijk een van de best bereikbare plaatsen van Noordwest-Europa, met alle vormen van vervoer, om er activiteiten te ontwikkelen die werk creëren, in een rustig mobiliteitsklimaat, zonder dat de lokale en internationale ontwikkeling schade toebrengt aan de huisvesting en aan het leven in de omringende wijken. Dat zijn de doelstellingen van het Richtschema Zuid.

De wijk van het Zuidstation heeft enkele radicale stedenbouwkundige ingrepen ondergaan, waardoor het station geïsoleerd is geraakt van zijn onmiddellijke omgeving en de nabijliggende wijken zijn afgesloten: verhuizing van het station buiten de stadsmuren in 1864; ingebruikname van de Noord-Zuidverbinding in 1952, met afbraak van het historische kopstation en structuurverlies van de openbare ruimte door het viaduct dat het oude stationsplein doorkruist; bouw van de Zuidtoren, voltooid in 1967; wegtrekken van de industrie uit Kuregem na de oorlog; vertrek van de Côte d’Or-fabriek; gedeeltelijke aanpak van het station in 1990 voor de komst van de hst (meer details hierover in het hoofdstuk ‘Geschiedenis’).

In de wijk vinden sinds het begin van 2010 een aantal grote vastgoed- en vervoersprojecten plaats, die ingekaderd moeten worden in een richtschema. De grootste uitdagingen voor de Zuidwijk zijn: de opening van het station naar zijn omgeving; de inbedding van niet alleen grootstedelijke, maar ook lokale voorzieningen; een harmonieuze commerciële ontwikkeling binnen en buiten het station; de herwaardering van de openbare ruimte met een hoge gebruikerskwaliteit en een hoogwaardige omgeving; de verlevendiging van de wijk door activiteiten op de gelijkvloerse verdiepingen te organiseren; de vermindering van de stedelijke barrière die de infrastructuur (spoorlijnen, Kleine Ring) of gebouwen (vooral Blok 2 aan het Hortaplein) vormen; en een systematisch streven naar een sociale en functionele mix.

Vijf benaderingen voor de stadsvernieuwing in de wijk

Het stedelijke concept van het project is ontworpen vanuit vijf grote benaderingen voor de stadsvernieuwing in de wijk, die hierna gepresenteerd worden.

1. Landschappelijke benadering

Het project berust op een landschapsontwerp dat de wijk van het Zuidstation opnieuw situeert in de wijde omgeving van de Zennevallei, die meer naar voren moet komen. De aandacht gaat naar de noord-zuidlijnen die onder meer de verbinding met het centrum benadrukken. Daardoor draagt het landschapsontwerp bij tot meer coherentie en duidelijke oriëntaties in de wijk, terwijl de bestaande gebouwen de voorbijganger eerder desoriënteerden.  

2. Openbare ruimte

Het landschapsconcept zorgt ervoor dat de openbare ruimte in het centrum van het projectontwerp staat. De Zuidwijk wordt herontworpen in de vorm van een ‘uitwisselingsplatform’: een grote oppervlakte met voorzieningen, die hoofdzakelijk is bestemd voor zachte weggebruikers en die de zichtbaarheid van de stationswijk mogelijk maakt.

3. Veel ruimte in de ‘onder-vlakte’

De wijk wordt gekenmerkt door de vele ruimtes die zich onder de oppervlakte bevinden, ‘onder-vlaktes’ (onder de spoorlijnen en onder de grond), als gevolg van de aanwezigheid van het station, de spoorlijnen die in de hoogte lopen en het intermodaal knooppunt dat grotendeels ondergronds ligt. Die ondervlaktes moeten stedenbouwkundig en architecturaal zorgvuldig worden aangepakt. Het project regelt de relatie tussen deze verschillende niveaus, besteedt veel aandacht aan de verlichting en organiseert met de stationslobby een grote, ‘genereuze’ ruimte, die goed zichtbare en leesbare verbindingen aanbiedt met alle vormen van vervoer die voorhanden zijn in het station. Deze lobby vergroot de huidige oppervlakte van het station naar de Overdekte Straat en geeft ook die meer zichtbaarheid door de mobiliteitsfunctie te doen uitkomen ten opzichte van alle andere functies.

4. Stedelijke vorm

Het concept van de stedelijke vorm wordt opgevat in twee niveaus, die tot uitdrukking komen in de hoge en de lage skyline. De hoge skyline verbindt de wijk op metropolitane schaal; de lage skyline zorgt voor de samenhang met de straat, met de activiteiten op de gelijkvloerse verdiepingen en met de rijkdom van onderlinge relaties die tussen de gebouwen en de openbare ruimte kunnen worden gelegd.  

5. Twee tijdvakken

Dit project bestaat uit twee delen, die overeenkomen met de twee operationele tijdvakken waarin het wordt uitgevoerd (2018/2020 en 2025). Het eerste deel bestaat uit alle transformaties die snel ingezet kunnen worden en die zullen bijdragen aan een snelle imagoverandering van de wijk: herbestemming van de ‘vierhoeken’ (ruimtes onder de sporen en onder de Kleine Ring); het project ‘Grondwet’ van Brussel Mobiliteit (transformatie van de premetro in een metro en ondergronds brengen van de tramlijn onder de Fonsnylaan); vastgoedprojecten Victor (Atenor/BPI) en Fonsny (NMBS); de aangrenzende openbare ruimte, enz.